Pauline

Beste minister Dekker,

U krijgt waarschijnlijk volop verhalen van wensouders, die u oproepen om de wetgeving voor draagmoederschap goed te regelen. Zij hebben een kinderwens en lopen tegen muren aan als ze die kinderwens met draagmoederschap willen vervullen. Ik wil u een ander geluid laten horen. Namelijk dat van de draagmoeders.

Ik ben in 2013 bevallen van een meisje met de naam Emma. Emma is inmiddels een pientere kleuter van 4, die door haar twee papa’s wordt opgevoed. Ze krijgt van kleins af aan mee dat ik haar geboortemoeder ben. We zien haar en haar vaders nog regelmatig, vanuit een vriendschappelijke band. Zo’n zelfde band hopen en verwachten we ook te zullen hebben met Liv en haar vaders. Liv is afgelopen oktober (2017) uit mij geboren. Ik ben dus tweemaal draagmoeder geweest.

Sinds het begin van mijn zoektocht rond draagmoederschap (2010) beheer ik de website www.zwangervooreenander.nl. Daar verzamelde ik destijds alle informatie die ik kon vinden, omdat er verder online feitelijk niks te vinden was. Daarnaast faciliteer ik sinds die tijd een forum – tegenwoordig Facebookgroep – waar wensouders en draagmoeders hun ervaringen uit kunnen wisselen en elkaar kunnen steunen op dit pad. Ik geef nu ook regelmatig interviews en lezingen over het onderwerp en steek veel tijd in het geven van individuele voorlichting aan wensouders en draagmoeders. Ik heb dus een aardig “curriculum vitae” opgebouwd.

In de afgelopen 7 jaar heb ik dan ook vele draagmoeders gesproken. En we herkennen veel in elkaars verhalen. We lopen allemaal tegen dezelfde  problemen aan.

Toen Emma werd geboren, was zij erkend door één van haar vaders. Dat kon, omdat ik ongehuwd ben. Na 3 maanden heeft deze vader ook eenhoofdig gezag aangevraagd en daarmee raakte ik mijn ouderlijk gezag kwijt. Ik was echter nog steeds juridisch ouder van Emma. Pas op haar eerste verjaardag kon haar andere vader de adoptieprocedure starten. 3 maanden later werd die uitgesproken. Daarna was er nog een periode van 3 maanden waarbinnen bezwaar gemaakt kon worden tegen de uitspraak. Al met al duurde het anderhalf jaar voordat Emma de juiste juridische ouders had en zij ook beiden gezag over haar hadden.

Wanneer een draagmoeder getrouwd is, is deze procedure nog vervelender. Erkenning is dan namelijk niet mogelijk. Het kindje wordt geboren met de verkeerde achternaam, meestal die van de echtgenoot van de draagmoeder. De wensouders moeten van de Raad voor de Kinderbescherming toestemming hebben om hun kind in een vorm van pleegzorg te mogen verzorgen totdat beiden na een jaar de adoptieprocedure kunnen starten. Pas daarna klopt juridisch ouderschap, gezag en de achternaam. Dit is hoe de wetgeving momenteel werkt.

Daarnaast moet iedereen zelf het wiel uitvinden, want voorlichting is er amper. De Raad voor de Kinderbescherming geeft verschillende stellen verschillende adviezen. Het ene stel moet een prenatale DNA test laten doen, het andere krijgt te horen dat de Raad helemaal niet betrokken hoeft te worden (beide situaties zijn zeer recent – in de afgelopen 3 maanden – en in beide situaties was de draagmoeder ongehuwd). Er worden medische behandelingen in het buitenland uitgevoerd, omdat dat in Nederland amper mogelijk is. Alleen het VUmc waagt zich aan de procedure en dan alleen voor een zeer beperkte groep (homostellen vallen bijvoorbeeld per definitie af).

Het ontbreekt dus aan wetgeving, aan voorlichting en aan eenduidige behandeling.

En dan het belang van het kind. Want uiteraard moet dat bovenaan staan. Op dit moment heeft een kind uit draagmoederschap ruim een jaar onzekerheid over diens juridische status. Het moet een wijziging van achternaam krijgen. Erfrecht tussen het kind en zijn ouders is niet geregeld. Er is heel veel niet in het belang van het kind, in de huidige situatie.

In 2015 sprak ik voor de staatscommissie herijking ouderschap en in 2016 las ik veel van de punten die ik bij hen had genoemd terug in hun rapport. Ik voelde me gehoord en hoopvol dat betere wetgeving nu mogelijk zou worden. Daarop volgden verkiezingen en formatie en nu kom ik bij u terecht met mijn verzoek, namens alle ruim 350 leden van de Facebookgroep over draagmoederschap, om de adviezen in het rapport om te zetten in wetgeving.

Wanneer het over draagmoederschap gaat, wordt er vaak gesproken over draagmoeders, maar zelden mét hen. Ik nodig u uit om het gesprek met mij aan te gaan. Ik vertel u graag over mijn ervaring en over de ervaringen van andere draagmoeders waarbij ik kan putten uit 7 jaar gesprekken met hen. Ik hoop van harte dat u deze uitnodiging aanneemt. U kunt me via de Zwanger voor een Ander website zeker bereiken. Maar bovenal hoop ik, dat u een wetswijziging gaat regelen die de situatie zal verbeteren voor ons draagmoeders, voor de wensouders én voor de kinderen die hieruit geboren worden.

De foto is er eentje waar ik het meest trots op ben: mijn drie eigen kinderen, de vierjarige Emma en de pasgeboren Liv. Mijn draagmoederschappen hebben heel veel moois gebracht in heel veel levens, niet in de laatste plaats die van mij en mijn gezin.

Met vriendelijke groet,

Pauline van Berkel.